Ik wil dat jij een beer wordt.
Zaterdagnacht nog hebben een vriend en ik besloten om zondagmiddag in Dordrecht de allerlaatste voorstelling van deze theaterproductie voor kinderen bij te wonen.
Het onderstaande artikel en de foto’s (die ik letterlijk heb overgenomen van op de site van het stadstheater NTGent) beschrijven dit kindertoneelstuk zoals geen ander.
Beer: Als beren blijven broodjes smeren (De Morgen)
Met Ik wil dat jij een beer wordt maakt stadstheater NTGent zijn eerste kleuterproductie. Regisseur Sanne Van Rijn baseerde zich op een kinderboek van de Duitse auteur Janosh voor deze voorstelling over een klein meisje dat haar vader meetroont in haar fantasiewereldje. Die fantasiewereld wordt opgebouwd uit origamifiguren, soms ontroerend klein, soms verbazingwekkend groot. Dat levert leuke kinderanimatie, maar mag het ook iets meer zijn?
Het decor is de lege zwarte scène. Want dat is de kracht van theater: die lege ruimte vullen met fantasie. Dat is hier ook het geval. In de coulissen hoor je gegiechel en gebabbel. Er wordt over en weer gehold naar de rinkelende telefoon. Ondertussen komt in alle stilte een klein roze papieren varkentje op de scène piepen.
Ik wil dat jij een beer wordt schetst een gelukkig gezinnetje, de hoeksteen van de samenleving, met ‘Happy Together’ als muzikaal cement. Vader (Wim Opbrouck) en moeder (Christine Van Stralen) zien elkaar graag en steken hun seksuele gevoelens voor elkaar niet onder stoelen of banken. Hun dochtertje (Carola Arons) kijkt op naar haar vader, haar ‘grote beer’. Ze wil dat hij haar speelkameraad is, ook al komt paps soms moe en geïrriteerd thuis van zijn werk.
Ik wil dat jij een beer wordt is een ode aan de kinderlijke verbeelding. De kunst van het papier vouwen, origami, staat daarbij centraal. Vader en dochter vouwen uit een groot blauw papier een zeilboot en vertrekken op een avonturenreis die hen – en het publiek – leidt langs papieren vissen, giraffes, kikkers en pinguïns. Van Rijn speelt voortdurend met verhoudingen: klein en groot, jong tegenover ouder. Het levert mooie plaatjes, maar dat neemt niet weg dat Ik wil dat jij een beer wordt vooral een ‘vormstudie’ is die een steviger (inhoudelijke) basis vermag. Van Rijn laat in het zwart gehulde figuren de papieren voorwerpen manipuleren. Ze wil zo het theatertechniekje blootleggen, maar die ingreep komt krampachtig en amateuristisch over. De eerste keer dat Opbrouck en Arons samen een figuur vouwen is dat nog een ontroerend toonbeeld van vader-dochterliefde, maar wanneer die origamicursus enkele keren herhaald wordt, vertraagt het ritme van de voorstelling en is de verrassing eraf.
Meer dan een voorstelling is Ik wil dat jij een beer wordt ‘ver-theaterde’ kinderanimatie met naast origami een snuifje circus en bellenblazen. Het interessantste moment is wanneer een blad papier uit de lucht valt: een dode uil. Vader zegt tegen zijn kleine dat de uil niet echt dood is, ook al steekt een van de zwarte mannen het beest ondertussen in een vuilniszak. Maar over die ’scherpe kantjes’ van het papier wordt in Ik wil dat jij een beer wordt even (v)luchtig gegaan, als kindertraantjes soms worden gedroogd.
De Morgen, Liv Laveyne, 18-04-2006
Het programmaboekje is overigens al een hele happening op zich: er is dus veel gebruik gemaakt van origami in het stuk en creatief als men is heeft men dit verwerkt in het programmaboekje, je kan nu alles van pinguïns tot kikkers zèlf ineensteken met papier. Jolijt alom!





Reageer