Ik heb sinds kort een nieuwe verjaardagskalender. Mijn oude dateerde uit de jaren ’90 met een mishmash aan foto’s van vakantiebestemmingen en is nog zeker vijf jaar verwijderd vooraleer men het zelfs nog maar kitsch kan noemen. Nu is hij gewoonweg lelijk en ligt hij in de papiermand op weg naar het containerpark.
Dus koos ik een nieuwe zonder zelfs maar één foto en waarbij iedere maand in een andere kleur is. Hopelijk ben ik het lettertype niet snel beu want ik ga er geen traditie van maken jaarlijks een te kopen.
Eigenlijk gebruik ik een verjaardagskalender alleen maar als ik hem net in orde heb gebracht. De rest van het jaar hangt hij nog op juni.
Als je dan zo een nieuwe verjaardagskalender aan het invullen bent en de jarigen opzoekt in je vorige kalender besef je hoeveel vrienden je hebt.
Mensen die op jouw verjaardagskalender mogen staan moeten mensen zijn waarmee je een redelijk duurzame relatie hebt die een toekomst heeft, zoals een familielid (ook al heb je ze niet allemaal even graag) of je lief (toch zeker het komende jaar) of je échte vrienden die je dagelijks of toch bijna wekelijks ziet. Geen vroegere klasgenoot die je nog amper kent, geen vrienden van vrienden die je toevallig een paar keer tegen het lijf bent gelopen, geen medereizigers waarmee je twee weken samen met hebt rondgetrokken maar waarmee je nu geen contact meer met hebt en zeker geen ex-vriendjes waarmee je niet een al te beste band mee hebt.
Je moet het dus verdienen om op mijn verjaardagskalender te mogen staan. Je kan je er anders ook op kopen (dat gaat HIER).
Ik vraag me af op hoeveel kalenders ik sta? En hoeveel mensen er nog eentje hebben?
De eerstvolgende die verjaart is Taïs M.
en wordt zo oud als ik dit jaar dreig te worden.
